Een attractiepark (ook pretpark, themapark of amusementspark) is een gecentraliseerd en immobiel amusementsoord waar, meestal tegen één toegangsprijs, grote attracties zijn opgesteld. De attracties kunnen uiteenlopen van een sprookjestuin tot de meest geavanceerde achtbanen.
In Europa hebben attractieparken zich veelal ontwikkeld tot ontspanningsplekken waar mensen kunnen recreëren tegen een bepaalde toegangsprijs. In de Verenigde Staten vervullen ook exposities een belangrijke rol in attractieparken. De attractieparken waren de historische voorlopers van de moderne themaparken en, in de Verenigde Staten, van de lokale en regionale kermissen. Vandaag de dag hebben themaparken de plaats ingenomen van veel attractieparken, maar de twee termen worden nog steeds afzonderlijk van elkaar gebruikt. Het oudste park van de wereld is Bakken in Klampenborg, ten noorden van Kopenhagen, dat werd geopend in 1583. Een ander oud park is het Prater in Wenen, dat sinds 1766 is te bezichtigen.
Vanaf 1893 was de populariteit van attractieparken ongekend. Het reuzenrad deed haar intrede en er werd een concept bedacht waarbij attracties, restaurants en speelhallen werden gecentraliseerd. Het moderne attractiepark bood een grote variatie aan attracties waardoor mensen er een hele dag voor uit konden trekken. In 1894 opende Paul Boynton 's werelds eerste moderne attractiepark, Paul Boynton's Water Chutes. Tegen betaling mochten de bezoekers gebruik maken van de opgestelde attracties. Een jaar later opende hij een park op Coney Island. Op een gegeven moment waren hier drie parken gevestigd, inclusief enkele kleinere attracties. De jaren daarna bleven er parken openen en werden er nieuwe attracies uitgevonden. In 1919 openden in de Verenigde Staten ruim 1500 attractieparken.

.jpg)